ECLI:NL:HR:2025:1675

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
24/01651
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 SrArt. 6:95 BWArt. 6:105.1 BWArt. 6:106.1.b BWArt. 361.3 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij medeplegen poging tot moord

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot moord op een advocaat-curator in 2019. Het hof legde een gevangenisstraf van vijftien jaar en negen maanden op. In cassatie werden diverse klachten over bewijs en strafmotivering aangevoerd, waaronder de vraag of het hof de curatorstatus van het slachtoffer strafverzwarend mocht meewegen en de beoordeling van schadevergoedingsvorderingen.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Op grond daarvan vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze van vijftien jaar en negen maanden tot vijftien jaar en zeven maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 11 november 2025.

Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd van vijftien jaar en negen maanden tot vijftien jaar en zeven maanden wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01651
Datum11 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2024, nummer 21-000843-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft de advocaat R.A. Korver bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De raadslieden van de verdachte hebben een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte en de benadeelde partijen zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijftien jaren en negen maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze vijftien jaren en zeven maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 november 2025.