Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor belaging van de benadeelde partij door herhaaldelijk contact te zoeken met bedreigende en beledigende berichten. De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, waaronder de kosten van rechtsbijstand.
Het hof wees de vordering tot vergoeding van materiële schade toe, inclusief de kosten van de advocaat die rechtsbijstand verleende. De verdachte stelde in cassatie dat deze kosten proceskosten zijn waarover de rechter op grond van art. 532 Sv Pro moet beslissen en niet als materiële schade kunnen worden toegewezen.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2025:1681) en bevestigt dat de kosten van rechtsbijstand kunnen worden aangemerkt als redelijke kosten als bedoeld in art. 6:96 lid 2 BW Pro. Het oordeel van het hof is niet onjuist en voldoende gemotiveerd.
Daarnaast vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de duur van de taakstraf en vervangende hechtenis betreft vanwege overschrijding van de redelijke termijn en vermindert deze naar 143 uur taakstraf en 71 dagen hechtenis. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt toewijzing van buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand als materiële schade en vermindert taakstraf en hechtenis wegens termijnoverschrijding.