ECLI:NL:HR:2025:1702

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
25/00055
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 94a.4 SvArt. 94a.5 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking over conservatoir beslag op bankrekeningen in strafrechtelijk onderzoek

In deze zaak is door klaagster beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2024, waarin een klaagschrift werd afgewezen dat strekte tot opheffing van conservatoir beslag op twee bankrekeningen van klaagster. Het beslag was gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen haar partner.

De rechtbank had geoordeeld dat de raadkamer (RC) machtiging had verleend voor het leggen van conservatoir beslag ten behoeve van een aan klaagster op te leggen ontnemingsmaatregel, waarbij kennelijk ook beslag onder klaagster zelf was toegestaan. De Hoge Raad oordeelt dat deze maatstaf onjuist is toegepast. De rechtbank had moeten beoordelen of buiten redelijke twijfel vaststaat dat klaagster eigenaar is van de beslagen goederen en of de uitzonderingen in artikel 94a.4 of 94a.5 Sv van toepassing zijn.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van de beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant voor een nieuwe beoordeling. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt de beschikking, wijzend de zaak terug voor hernieuwde behandeling en beslissing.

De beschikking is gegeven door de vice-president Borgers als voorzitter, en raadsheren Caminada en Trotman, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 18 november 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde beoordeling van het conservatoir beslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00055 B
Datum18 november 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2024, nummer RK 24/022638, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten J.C. Reisinger en M.N. Greeven bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank, en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift dat strekt tot opheffing van het conservatoir beslag op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
2.2
Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
2.3
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 november 2025.