Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
18 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat hem veroordeelde voor meervoudige verkrachting, wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en bedreiging. Het hof legde een gevangenisstraf van veertig maanden op en een maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden, die dadelijk uitvoerbaar werd verklaard.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de dadelijke uitvoerbaarheid van de TBS met voorwaarden voldoende heeft gemotiveerd. Het hof had alle relevante omstandigheden meegewogen, waaronder het zeer gewelddadige karakter van de feiten, het hoge recidiverisico, eerdere veroordelingen en de adviezen van psychiater, psycholoog en reclassering. De verdediging had gepleit voor klinische opname in een forensisch psychiatrische kliniek, maar het hof achtte het kader van TBS met voorwaarden passend.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, waardoor de gevangenisstraf werd verminderd van veertig naar zesendertig maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 18 november 2025.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot 36 maanden en TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar opgelegd.