Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch de verdachte veroordeeld wegens verkrachting en een gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Een van deze voorwaarden hield in dat de verdachte zich bij indicatie door reclassering en de verantwoordelijke instantie voor klinische opname zou laten opnemen in een zorginstelling, waarbij de duur en plaatsing door justitiële instanties bepaald zouden worden.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 14c lid 2 onder 10º Sr de beslissing over de noodzaak en duur van opname in een zorginstelling exclusief bij de rechter ligt. Het hof had deze bevoegdheid onterecht gedelegeerd aan reclassering en justitiële instanties, wat onverenigbaar is met de wet.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het deze bijzondere voorwaarde betreft, maar verwerpt het beroep voor het overige. De beslissing over opname in een zorginstelling als bijzondere voorwaarde moet door de rechter worden genomen, niet door andere instanties.
Uitkomst: De bijzondere voorwaarde dat opname in een zorginstelling door reclassering en justitiële instanties wordt bepaald, wordt vernietigd; deze beslissing is exclusief voorbehouden aan de rechter.