ECLI:NL:HR:2025:1709

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
23/04975
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 174.1 SrArt. 43.1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocidenArt. 43.3 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocidenArt. 2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak fipronilcrisis met medeplegen en verboden biociden

In deze strafzaak staat het feitelijk leidinggeven aan medeplegen centraal bij het op de markt brengen van het bestrijdingsmiddel fipronil, dat schadelijk is voor leven of gezondheid, terwijl dit schadelijke karakter werd verzwegen. Dit leidde tot besmetting van miljoenen eieren in Nederland. Daarnaast gaat de zaak over het gebruik en de voorraad van andere verboden biociden door een rechtspersoon.

De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zou zijn wegens het feit dat de feiten zich deels in België zouden hebben afgespeeld en daar niet strafbaar zouden zijn. Ook werden diverse bewijsklachten ingebracht over de interpretatie van gedragingen en wetenschap omtrent de schadelijkheid en pleegperiode.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het cassatieberoep wordt verworpen zonder nadere motivering, mede omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen op 9 december 2025 door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan medeplegen blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04975
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-002005-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.H.J.G. van Voorthuizen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.