ECLI:NL:PHR:2025:1055

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2025
Publicatiedatum
29 september 2025
Zaaknummer
23/04975
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174 SrArt. 43 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biocidenArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieadvies in fipronilzaak over medeplegen handel schadelijke waren en overtreding gewasbeschermingsmiddelenwet

De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld voor medeplegen van feitelijk leidinggeven aan de handel in schadelijke waren, waarbij het schadelijk karakter van fipronil werd verzwegen, en medeplegen van overtredingen van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De straf omvatte een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 117 voorwaardelijk, een taakstraf van 200 uur en subsidiair 100 dagen hechtenis.

Het onderzoek 'Landseer' richt zich op de fipronilcrisis van 2017, waarbij miljoenen eieren besmet waren met het verboden bestrijdingsmiddel fipronil, dat illegaal werd toegepast bij pluimvee. De verdachte wordt verweten middelen met fipronil te hebben verhandeld en gebruikt, wetende dat deze schadelijk waren, terwijl dit werd verzwegen.

De procureur-generaal concludeert dat de cassatiemiddelen falen, onder meer omdat het hof terecht de feiten heeft bewezen verklaard en de rechtsmacht van het Openbaar Ministerie niet onjuist is toegepast, ook voor feiten die deels in België zijn begaan. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep, waarmee het hofarrest in stand blijft.

De zaak hangt samen met drie andere zaken tegen medeverdachten, waarover eveneens conclusies zijn uitgebracht. De uitspraak van het hof is gepubliceerd onder ECLI:NL:GHARL:2023:10059.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest met gevangenisstraf en taakstraf blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/04975 E
Zitting30 september 2025
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 29 november 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden [1] wegens 1 primair “medeplegen van feitelijke leiding geven aan medeplegen van waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd”, 2 en 3 “medeplegen van feitelijke leiding geven aan medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 43, derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd” alsmede 4 en 5 “medeplegen van feitelijke leiding geven aan medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 43, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 117 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar en met aftrek van voorarrest. Het hof heeft de verdachte tevens een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis opgelegd. Tot slot heeft het hof beslist op het beslag.
1.2
Deze zaak hangt samen met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] (23/04829 E), [medeverdachte 2] (23/04828 E) en [medeverdachte 3] (23/04831 E). In de samenhangende zaken zal ik vandaag ook concluderen.
1.3
Namens de verdachte heeft A.H.J.G. van Voorthuizen, advocaat in Ede, twee middelen van cassatie voorgesteld.

2.De zaak

De zaak tegen de verdachte komt voort uit het onderzoek ‘Landseer’. Dat onderzoek houdt verband met de landelijk bekend geworden ‘fipronilcrisis’ uit 2017. In de zomer van dat jaar werd bekend dat miljoenen eieren uit Nederland besmet waren met het bestrijdingsmiddel ‘fipronil’. Dat bestrijdingsmiddel werd bij ongeveer 20% van alle pluimveehouders in Nederland gebruikt tegen bloedluis bij kippen. Het toepassen van dat middel was niet toegelaten bij voedselproducerende dieren. Aan de verdachte wordt onder meer verweten dat middelen die fipronil bevatten, zijn verhandeld en gebruikt, in de wetenschap dat die middelen schadelijk zijn voor het leven en de gezondheid, terwijl het schadelijk karakter is verzwegen.

3.De middelen van cassatie

3.1
Vanwege de overeenkomst in de schrifturen en de arresten van het hof in deze zaak en die in de zaak van [medeverdachte 1] (23/04829 E), zal ik in deze zaak volstaan met een verwijzing naar mijn conclusie in de zaak tegen deze medeverdachte. Die conclusie is op rechtspraak.nl gepubliceerd onder ECLI:NL:PHR:2025:1054.

4.Slotsom

4.1
De middelen falen en in ieder geval het eerste middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering.
4.2
Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
4.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Parketnummer 21-002005-21. Het arrest is gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2023:10059.