Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor schuldwitwassen door het laten storten van geldbedragen afkomstig uit online key-fraude op zijn bankrekening.
De verdediging voerde een bewijsklacht aan met het argument dat onvoldoende bewijs bestond voor de beschikkingsmacht over het geldbedrag. De Hoge Raad beoordeelde deze klacht en oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest kon leiden, zonder nadere motivering.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, maar achtte dit niet aanleiding tot een ander rechtsgevolg gezien de opgelegde taakstraf van vijftig uren.
Het beroep in cassatie werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand met een taakstraf van vijftig uren.