ECLI:NL:PHR:2025:854
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring schuldwitwassen ondanks afgifte bankpas en pincode
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens schuldwitwassen voor het voorhanden hebben van circa €7.900,22, afkomstig uit een misdrijf. De verdediging stelde dat de verdachte geen feitelijke zeggenschap had over het geld omdat hij zijn bankpas en pincode aan een ander had gegeven, en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom toch van voorhanden hebben kon worden gesproken.
Het hof verwierp dit verweer en stelde dat het voorhanden hebben van een voorwerp inhoudt dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid ervan, zonder dat dit hoeft te gelden voor de precieze kenmerken. De verdachte wist dat er geld op zijn rekening werd gestort, had na afgifte van de pas nog toegang tot de rekening, en was fysiek aanwezig bij het opnemen van het geld. Daarmee had hij feitelijke zeggenschap over het bedrag.
De Hoge Raad sluit zich aan bij een recent arrest waarin werd geoordeeld dat het ontbreken van de bankpas geen beletsel is voor feitelijke zeggenschap over het geld op de rekening. Het cassatieberoep faalt, het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk en niet onjuist juridisch. Wel constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn, maar dit leidt niet tot andere gevolgen dan de constatering.
De veroordeling tot een taakstraf van 50 uren blijft in stand. Hiermee is het cassatieberoep verworpen en is het oordeel van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot een taakstraf van 50 uren wegens schuldwitwassen blijft in stand.