Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 april 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor schuldwitwassen door het laten storten van geldbedragen afkomstig van online key-fraude op haar bankrekening.
De verdediging voerde onder meer een bewijsklacht aan over de vraag of verdachte het geldbedrag 'voorhanden heeft gehad' en of het hof terecht oordeelde dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld uit enig misdrijf afkomstig was. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien de opgelegde taakstraf van vijftig uren acht de Hoge Raad dit voldoende en verbindt geen verdere rechtsgevolgen aan de termijnoverschrijding.
Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Caminada en Dalebout, en het beroep is verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de opgelegde taakstraf van vijftig uren blijft gehandhaafd.