ECLI:NL:HR:2025:1721

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
23/04941
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 SrArt. 287 SrArt. 14c SrArt. 81 Wet RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorbereiden van doodslag met bijl en machete richting woning ex-partner

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2023, waarin hij werd veroordeeld voor het voorbereiden van doodslag door met een bijl en machete in een auto richting de woning van zijn ex-partner te rijden.

In cassatie heeft de verdachte via zijn advocaten een middel ingediend, maar de advocaat-generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen. De Hoge Raad heeft dit beroep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.

Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de oplegging van een bijzondere voorwaarde, namelijk een locatie- en contactverbod, in strijd is met artikel 14c Sr omdat het toezicht op naleving daarvan aan de politie is opgedragen, wat niet is toegestaan.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en het hofarrest in stand gelaten, waarmee de veroordeling van verdachte definitief is. Hiermee is de strafrechtelijke procedure afgerond met bevestiging van de eerdere uitspraak.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor voorbereiden van doodslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04941
Datum25 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2023, nummer 23-003238-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 november 2025.