Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 december 2023, waarin hij werd veroordeeld voor het voorbereiden van doodslag door met een bijl en machete in een auto richting de woning van zijn ex-partner te rijden.
In cassatie heeft de verdachte via zijn advocaten een middel ingediend, maar de advocaat-generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen. De Hoge Raad heeft dit beroep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de oplegging van een bijzondere voorwaarde, namelijk een locatie- en contactverbod, in strijd is met artikel 14c Sr omdat het toezicht op naleving daarvan aan de politie is opgedragen, wat niet is toegestaan.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en het hofarrest in stand gelaten, waarmee de veroordeling van verdachte definitief is. Hiermee is de strafrechtelijke procedure afgerond met bevestiging van de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor voorbereiden van doodslag.