Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1750

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
24/00645
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 94 SvArt. 33a.2.a SrArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen beslag op auto wegens rijden zonder rijbewijs

De zaak betreft een cassatieberoep van klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland over het beslag op een auto die op naam van klaagster stond, maar werd gebruikt door haar partner zonder geldig rijbewijs. De rechtbank had geoordeeld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter de auto zou verbeurdverklaren in de strafzaak tegen de partner.

Klaagster stelde dat zij niet wist en ook niet redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat haar partner de auto zonder rijbewijs zou gebruiken. Daarnaast voerde zij aan dat het beslag disproportioneel en niet subsidiariteit was, omdat zij de auto nodig had voor haar werk en deze ook emotionele waarde had.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad vond het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de vragen over kennis van klaagster en proportionaliteit van het beslag, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het beroep van klaagster verworpen en bevestigt daarmee het beslag op de auto. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het beslag op de auto.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00645 B
Datum25 november 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 29 januari 2024, nummer RK 23/027880, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat J.M. Buchel bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 november 2025.