ECLI:NL:HR:2025:1759

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
24/02506
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 11b OpiumwetArt. 2.B OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 55 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over eendaadse samenloop bij deelname aan productie van MDMA, BMK en amfetamine

De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De verdachte werd veroordeeld voor deelneming aan criminele organisaties die zich bezighouden met de productie van MDMA, BMK en amfetamine, alsmede medeplegen bij het bereiden van amfetamine en voorbereidingshandelingen met betrekking tot BMK en amfetamine.

Een centraal punt in het cassatieberoep was de vraag of het hof ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten die betrekking hebben op het laboratorium voor de productie van BMK en amfetamine, eendaadse samenloop had moeten aannemen. De Hoge Raad heeft deze klacht beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leidt tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vraag niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Kuijer en Trotman op 25 november 2025.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02506
Datum25 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 juni 2024, nummer 20-001122-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.C. van der Want bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 november 2025.