Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van witwassen van twee personenauto’s en een geldbedrag van €21.500, in strijd met artikel 420bis lid 1 sub b van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte stelde in cassatie onder meer klachten over het bewijs van opzet.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze onvoldoende zijn om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest van het hof blijft daarmee in stand en het cassatieberoep wordt verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter, met raadsheren Kuijer en Trotman, tijdens een openbare terechtzitting op 25 november 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen witwassen blijft in stand.