Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hoger beroep van verdachte in een verkrachtingszaak niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hof motiveerde deze beslissing met het ontbreken van mondelinge bezwaren en het niet tijdig indienen van schrifturen met grieven, ondanks een e-mail van een raadsman die als schriftuur werd aangemerkt.
De Hoge Raad beoordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard, aangezien uit de stukken niet bleek dat verdachte de door zijn raadsman ingediende grieven en onderzoekswensen niet wilde handhaven. De Hoge Raad verwees hierbij naar eerdere jurisprudentie (HR 2015:1495) die stelt dat een e-mail van een raadsman als schriftuur kan gelden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een volledige inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. De beslissing benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij niet-ontvankelijkverklaringen en het respecteren van de procesrechten van verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.