Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
3.De oordelen van het Hof
4.Beoordeling van het middel
.
Hoge Raad
De zaak betreft de vraag of belanghebbenden bij de verkrijging van een kavel waarop een deel van een woning staat, recht hebben op het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting volgens artikel 14, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BRV).
Belanghebbenden hadden een kavel verworven waarop een deel van een woning stond die deels op meerdere percelen van verschillende eigenaren was gesitueerd. Het Hof oordeelde dat het deel van de woning op het verkregen perceel niet zelfstandig als woning kon worden aangemerkt en wees het verlaagde tarief af.
De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het deel van de woning op het perceel niet voor bewoning bestemd of geschikt is. Volgens de Hoge Raad moet worden beoordeeld of belanghebbenden een onverdeeld aandeel in de woning hebben verkregen, wat hier het geval is. Daarom geldt het verlaagde tarief van 2% en moet belanghebbenden een teruggave van overdrachtsbelasting worden verleend.
Uitkomst: Belanghebbenden krijgen het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting toegepast en ontvangen een teruggave van € 10.462.