ECLI:NL:HR:2025:182

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
3 februari 2025
Zaaknummer
22/03040
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 SrArt. 6 EVRMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 91 SrArt. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering ontnemingsbedrag wegens overschrijding redelijke termijn in economische strafzaak

De zaak betreft een cassatieberoep van een onderneming tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het geschil draait om de toepassing van het materiële territorialiteitsbeginsel en de berekening van het voordeel, waaronder ook in Duitsland verkregen voordeel.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof het materiële territorialiteitsbeginsel niet heeft geschonden en verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, wat leidt tot een vermindering van het opgelegde ontnemingsbedrag van €134.670,60 naar €129.670.

De Hoge Raad vernietigt daarom het hofsvonnis uitsluitend voor wat betreft de hoogte van het ontnemingsbedrag en vermindert dit bedrag. Het overige deel van het vonnis blijft in stand. Hiermee wordt recht gedaan aan de belangen van de betrokkene binnen de kaders van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het ontnemingsbedrag tot €129.670 wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03040 P
Datum4 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, economische kamer, van 5 augustus 2022, nummer 20-001659-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft Th.J.H.M. Linssen, advocaat in Tilburg, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover het betreft de hoogte van het ontnemingsbedrag, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 134.670,60.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 129.670 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 februari 2025.