Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1826

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
23/02684
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 lid 1 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijhedenArt. 157 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf na overval en brandstichting op waardetransport in Amsterdam

In deze strafzaak gaat het om een overval in 2016 in Amsterdam op een waardetransport met luxegoederen, waarbij de verdachte samen met een medeverdachte en een bijrijder betrokken was. Tijdens de overval werd de bestelbus waarin het transport plaatsvond gekaapt, naar een afgelegen plek geleid, waarna de luxegoederen werden buitgemaakt. De bijrijder werd bedreigd, van zijn vrijheid beroofd en onder bedreiging zijn mobiele telefoon afgenomen. Vervolgens werd de bestelbus, met de medeverdachte en bijrijder nog binnen, leeggehaald en in brand gestoken. Het hof oordeelde dat er sprake was van medeplegen van brandstichting en dat het levensgevaar voor de bijrijder te duchten was.

De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met een voorstel tot vermindering daarvan. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden, behalve voor de strafduur.

De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor een strafvermindering noodzakelijk was. De Hoge Raad vernietigde daarom het onderdeel van het arrest dat de strafduur betrof, verminderde de gevangenisstraf van 70 naar 67 maanden en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 9 december 2025.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 70 naar 67 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt verder verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02684
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 juli 2023, nummer 23-001046-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 70 maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 67 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.