ECLI:NL:HR:2025:183
Hoge Raad
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen lid Hoge Raad vanwege vermeende belangenverstrengeling
Verzoekster, een B.V., diende een wrakingsverzoek in tegen drie leden van de Hoge Raad die betrokken waren bij haar cassatiezaak in belastingrecht. Zij stelde dat een van de raadsheren, vanwege zijn nevenfuncties waaronder voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, mogelijk niet onpartijdig zou zijn.
De Hoge Raad stelde dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden. De vermeende belangenverstrengeling door nevenfuncties werd niet als voldoende zwaarwegend beschouwd om de onpartijdigheid in twijfel te trekken.
Verzoekster trok het wrakingsverzoek tegen twee raadsheren in en de advocaat-generaal zag af van een conclusie. De wrakingskamer wees het verzoek tegen raadsheer Fierstra af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de vicepresident en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer Fierstra wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.