Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1830

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
24/03193
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 303.1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6:106.b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling zware mishandeling met voorbedachte raad

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor het met voorbedachte raad toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan twee medewerkers van een asielzoekerscentrum door het gooien van hete olie.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte over het oordeel van het hof, met name over het element van voorbedachte raad en de strafmotivering, beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De straf van 14 jaren gevangenisstraf, opgelegd door het hof, werd bevestigd ondanks het verweer omtrent de vreemdelingenrechtelijke status van de verdachte en de VI-regeling. Tevens werd een vordering van benadeelde partijen betreffende immateriële schade aan de orde gesteld.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd, waarmee de veroordeling definitief is geworden.

Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling tot 14 jaar gevangenisstraf voor zware mishandeling met voorbedachte raad.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/03193
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 augustus 2024, nummer 20-002064-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat F.T.C. Dölle bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens [benadeelde] heeft de advocaat A.F.G. Pennino een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.