ECLI:NL:HR:2025:1833
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking afgewezen wegens ontbreken van gemotiveerde feiten
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren die zijn cassatiezaak behandelen. Hij stelde dat de rechters partijdig zouden zijn vanwege een vermeend samenspel met het Openbaar Ministerie en eerdere instanties, waardoor zijn recht op een eerlijk proces zou worden geschonden.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 512 en Pro 513 Sv en het Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging. Daarbij werd benadrukt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Het verzoek moet gemotiveerd zijn met feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid aantasten.
In dit geval bevatte het wrakingsverzoek geen concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechters konden aantasten. De beweringen waren algemeen en onvoldoende onderbouwd. Daarom kon het verzoek niet als een wrakingsverzoek worden aangemerkt en werd het buiten behandeling gesteld.
De beslissing werd genomen door de wrakingskamer van de Hoge Raad, bestaande uit de president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een gemotiveerd verzoek.