Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een vechtpartij in een fastfoodrestaurant waarbij verdachte en zijn medeverdachte als beveiligers betrokken waren, evenals klanten. Verdachte werd door het hof veroordeeld voor openlijke geweldpleging op grond van artikel 141 lid 1 Sr Pro. De verdediging voerde aan dat sprake was van noodweer, onder meer omdat de aangevers ook hadden geduwd, geslagen en getrapt, en stelde dat politieagenten passief bleven tijdens het incident.
Het hof verwierp het beroep op noodweer en oordeelde dat het slaan met een stoel wel als noodweer kon worden beschouwd, maar het gelijktijdig vastpakken van de benen niet. De Hoge Raad heeft in cassatie de klachten van verdachte beoordeeld, waaronder de vraag of het hof terecht geen rekening hield met het geweld van de aangevers, en of het hof terecht niet op de passiviteit van politieagenten was ingegaan.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag blijft in stand voor openlijke geweldpleging.