Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en meervoudige mishandeling van de zus en nichtjes van de verdachte.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had geweigerd een USB-stick, overgelegd door zijn raadsman, in het dossier te voegen en dat het hof onvoldoende had gereageerd op het verweer dat verklaringen van minderjarige slachtoffers ondeugdelijk tot stand waren gekomen. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat motivering niet noodzakelijk was vanwege het ontbreken van belang voor de rechtsontwikkeling.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uur naar 95 uur, en subsidiair van 50 dagen hechtenis naar 47 dagen.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan op 9 december 2025 door de vice-president Borgers en raadsheren van Strien en Posthumus.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 95 uur en de vervangende hechtenis tot 47 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.