Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van de huurder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
5 december 2025.
Hoge Raad
De huurder huurt sinds november 2017 een woning van Stichting Dunavie. Vanaf 2019 klaagde hij herhaaldelijk over het gehuurde en in 2023 vertoonde hij meerdere keren ernstig storend gedrag op het kantoor van Dunavie, waaronder zich uitkleden en zelfverwondingen met een scheermesje, met als doel een andere woning te verkrijgen.
Dunavie vorderde ontruiming op grond van artikel 7:213 BW Pro wegens het niet-naleven van goed huurderschap. De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering toe, stellende dat de gedragingen van de huurder een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormen, mede vanwege de impact op medewerkers en de noodzaak om het kantoor tijdelijk af te sluiten.
In cassatie betoogde de huurder dat zijn gedragingen niet in verband stonden met het gebruik van de woning en dus niet onder art. 7:213 BW Pro vielen. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat het goed huurderschap ook gedragingen buiten het gehuurde kan omvatten indien er een voldoende verband bestaat met de huurovereenkomst. Het cassatieberoep werd verworpen en de huurder werd in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen en de ontruiming van de woning wordt bevestigd wegens schending van goed huurderschap.