Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 9 december 2025 uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2023. De zaak betreft medeplegen van gewoontewitwassen waarbij verdachte samen met een mededader een hypothecaire lening van € 450.000 heeft verkregen door gebruik van valselijk opgemaakte arbeidsovereenkomsten en een werkgeversverklaring.
De rechtbank sprak verdachte vrij van oplichting omdat onvoldoende vaststond dat de bank door verdachte was bewogen tot het verstrekken van de hypotheek, mede door het ontbreken van een aangifte van de bank. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen deze vrijspraak. Het hof veroordeelde verdachte wel voor medeplegen van gewoontewitwassen, waarbij het gebruikte geld afkomstig was van eigen misdrijf en is aangewend ter financiering van onroerend goed.
In cassatie werd betoogd dat het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd was en niet verenigbaar met de vrijspraak van oplichting. De Hoge Raad oordeelde dat de vrijspraak van oplichting niet aan cassatie onderworpen is en dat de motivering van het hof over het medeplegen van gewoontewitwassen toereikend is. Verder vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof alleen voor wat betreft de opgelegde taakstraf en vervangende hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn, en vermindert deze straf.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeelde medeplegen gewoontewitwassen en vermindert taakstraf wegens termijnoverschrijding.