Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen. Het hof oordeelde dat een hypothecaire geldlening van €450.000 was verkregen door gebruik van valse werkgeversverklaring en arbeidsovereenkomst.
De verdachte stelde onder meer dat dit oordeel onvoldoende gemotiveerd was en niet verenigbaar met een eerdere onherroepelijke vrijspraak voor oplichting. De Hoge Raad verwijst naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2025:1866) en verwerpt deze klachten. Verder oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, wat leidt tot vermindering van de opgelegde taakstraf.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de taakstraf en vervangende hechtenis, vermindert de taakstraf van 150 naar 135 uren en de hechtenis van 75 naar 67 dagen, en verwerpt het beroep voor het overige. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 9 december 2025.
Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 135 uren en vervangende hechtenis tot 67 dagen wegens overschrijding redelijke termijn; overige klachten verworpen.