ECLI:NL:HR:2025:1869

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
23/04311
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140.1 SrArt. 14.1 WWMArt. 9.1 WWMArt. 31.1 WWMArt. 26.1 WWM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens ontbreken cassatiemiddelen

In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van diverse strafbare feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie en handel in vuurwapens en munitie. De verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Echter, de verdachte heeft geen schriftelijke cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn, zoals vereist volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor wordt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 oktober 2023 in stand gelaten.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 9 december 2025. De niet-ontvankelijkverklaring betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op de zaak heeft beslist.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04311
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 oktober 2023, nummer 21-003514-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.