ECLI:NL:PHR:2025:932

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2025
Publicatiedatum
1 september 2025
Zaaknummer
23/04311
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 lid 1 SvArt. 437 lid 2 SvArt. 14 Wet wapens en munitieArt. 9 Wet wapens en munitieArt. 26 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens termijnoverschrijding in zaak medeplegen wapensmokkel en mishandeling

De verdachte is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meerdere feiten waaronder medeplegen van wapensmokkel, mishandeling en bedreiging. Het hof legde een gevangenisstraf van acht jaar op, met aftrek van voorarrest, en onttrok wapens en munitie aan het verkeer. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

De verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De aanzegging van het cassatieberoep vond plaats op 22 april 2024. Echter heeft de verdachte niet binnen de wettelijke termijn van zestig dagen na aanzegging een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

Op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro kan de Hoge Raad de verdachte daarom niet in zijn cassatieberoep ontvangen. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. Er is tevens een samenhang met een andere zaak (23/04259), waarin vandaag ook een conclusie is uitgebracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/04311
Zitting16 september 2025
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 30 oktober 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden (parketnummer 21-003514-21), wegens
- onder 1 “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”;
- onder 2 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van de categorie II en een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd”;
- onder 3 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het verhandelen van wapens een beroep of gewoonte maken”;
- onder 4 “medeplegen van handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het overdragen van wapens een beroep of gewoonte maken”;
- onder 5:
o met betrekking tot de Zastava’s, de Gorenje en de Norico: “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd” en
o met betrekking tot de Tokarev en de Zoraki: “medeplegen en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd” en
o met betrekking tot de munitie “medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”;
- onder 6 “medeplegen van mishandeling” en “medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”;
- en onder 7 “medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen”,
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof kogelgeweren, patroonhouders en munitie onttrokken aan het verkeer en de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen en de verdachte ten aanzien daarvan een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 23/04259. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.

2.De ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv Pro is op 22 april 2024 betekend. Namens de verdachte is niet binnen zestig dagen nadien een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

3.Slotsom

3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G