Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor meervoudige verkoop van cocaïne en heroïne. De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het arrest enkel met betrekking tot de strafmaat, maar verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest, behalve voor de strafmaat. Tevens constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidt tot een vermindering van de gevangenisstraf van acht maanden (waarvan vier maanden voorwaardelijk) naar zeven maanden en drie weken, met behoud van de voorwaardelijke straf en proeftijd. Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de strafmaat betreft en het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeven maanden en drie weken, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.