Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 9 december 2025 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De zaak betreft een verdachte die beschuldigd werd van mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, waarbij hij met een bierpul een ander op het hoofd zou hebben geslagen. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken, wat leidde tot een beroep in cassatie door de verdachte zelf. De advocaat J.H. Rump heeft namens de verdachte een cassatiemiddel ingediend, waarin werd geklaagd dat het hof niet voldoende had gemotiveerd waarom het was afgeweken van het door de verdediging ingebrachte standpunt dat strekt tot vrijspraak. De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad heeft deze conclusie gevolgd. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof, dat er geen sprake was van persoonswisseling, niet onbegrijpelijk was en voldoende gemotiveerd. Het hof had zijn oordeel gebaseerd op de verklaringen van drie getuigen die consistent waren in hun verklaringen over de identiteit van de verdachte. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen, waarmee de vrijspraak in stand bleef.