ECLI:NL:HR:2025:1884

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
24/04031
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in Caribische meerpartijenovereenkomst zaak

In deze zaak stond een geschil omtrent de ontbinding van een meerpartijenovereenkomst en de verrekening van ongedaanmakingsverplichtingen en contractuele boetes centraal. De zaak betrof partijen gevestigd in Aruba en de Verenigde Staten. Na eerdere uitspraken van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, werd door eiser cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser over het vonnis van het hof beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 8.206 aan verschotten en € 2.200 aan salaris. Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/04031
Datum12 december 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.P. Streng,
tegen
1. [verweerster 1] V.B.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats], Aruba,
2. A.Z. PRIVE INVESTMENTS & HOLDING V.B.A.,
gevestigd te Oranjestad West, Aruba,
3. [verweerster 3] V.B.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats], Aruba,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweersters],
advocaat: M. Littooij.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak AUA201903376 van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 24 augustus 2022;
b. het vonnis in de zaak AUA201903376 - AUA2022H000221 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 30 juli 2024.
[eiser] heeft tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [eiser] en [verweersters] toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GAMZ c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
12 december 2025.