Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van de bestuurders heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak staat de bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement centraal, waarbij de bestuurders cassatie hebben ingesteld tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 30 juli 2024. De bestuurders voerden aan dat het hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd voor hun aansprakelijkheid.
De Hoge Raad verwijst voor het gedingverloop naar eerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en het hof Arnhem-Leeuwarden. Zowel de curator als het zorgkantoor hebben verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de bestuurders schriftelijk hebben gereageerd.
De Hoge Raad heeft de klachten van de bestuurders beoordeeld maar acht deze onvoldoende om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de bestuurders tot betaling van proceskosten aan zowel de curator als het zorgkantoor.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de bestuurders wordt verworpen en hun aansprakelijkheid bevestigd.