ECLI:NL:HR:2025:1896

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
24/03728
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelarrest inzake verwijzing in cassatie tussen eiseres en Gemeente Amsterdam

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 5 december 2025 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tussen eiseres [eiseres 1] en de Gemeente Amsterdam. Het arrest van 5 december 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1864) vernietigde het eerdere arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2024, maar bevatte ten onrechte geen verwijzing zoals vereist door artikel 420 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De Hoge Raad heeft partijen in de gelegenheid gesteld om hun mening te geven over het voornemen om deze fout te herstellen. De advocaat van eiseres heeft ingestemd met het herstel van de fout. De Hoge Raad heeft vastgesteld dat het ontbreken van de verwijzing een fout is die eenvoudig kan worden hersteld op basis van artikel 31 Rv. In het herstelarrest heeft de Hoge Raad het dictum van het eerdere arrest aangevuld door te bepalen dat het geding tussen eiseres en de Gemeente naar het gerechtshof Den Haag wordt verwezen voor verdere behandeling en beslissing. Dit herstelarrest is op 12 december 2025 openbaar uitgesproken door de president en de raadsheren.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03728
Datum12 december 2025
HERSTELARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
hierna: [eiseres 1],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiseres 3],
wonende te [woonplaats],
4. [eiseres 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaten: B.F.L.M. Schim en F.E. Vermeulen.

1.Het arrest in dit geding

1.1
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 5 december 2025 uitspraak gedaan (ECLI:NL:HR:2025:1864). Het dictum van het arrest houdt onder meer in: “vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2024, maar uitsluitend voor zover gewezen tussen [eiseres 1] en de Gemeente;”. Het dictum van het arrest bevat ten onrechte geen verwijzing als bedoeld in art. 420 Rv.
1.2
De Hoge Raad heeft partijen laten weten het voornemen te hebben deze fout te herstellen en partijen in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. De advocaat van [eiseres 1] heeft te kennen gegeven in te stemmen met herstel van de fout.
1.3
Het ontbreken van een verwijzing in het arrest van 5 december 2025 is een fout die zich leent voor eenvoudig herstel op de voet van 31 Rv. De Hoge Raad zal de fout herstellen door het dictum aan te vullen met een verwijzing van het geding tussen [eiseres 1] en de Gemeente naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.

2.Beslissing

De Hoge Raad:
- verbetert het dictum van het op 5 december 2025 in deze zaak uitgesproken arrest door daaraan toe te voegen:
verwijst het geding tussen [eiseres 1] en de Gemeente naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing;
- stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
12 december 2025.