Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
geen causaal verband tussen klokkenluidersmelding en gestelde benadeling
3.Borgersbrief
4.Beoordeling van het middel
5.Beslissing
7 februari 2025.
Hoge Raad
De werknemer trad in 2021 in dienst bij de Omgevingsdienst en diende in 2022 diverse klachten in over grensoverschrijdend gedrag binnen de organisatie. Hij deed tevens een klokkenluidersmelding bij het Huis voor Klokkenluiders (HvK) over belangenverstrengeling en aanbestedingsregels. De Omgevingsdienst schorste hem en verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter en het hof oordeelden dat er geen causaal verband bestond tussen de klokkenluidersmelding en het ontbindingsverzoek, omdat de gedragingen die tot ontbinding leidden dateren van vóór de melding. De Hoge Raad bevestigt dat op grond van art. 17eb Wet bescherming klokkenluiders (Wbk) een bewijsvermoeden geldt dat benadeling samenhangt met de melding, maar dat de werkgever het tegendeel moet bewijzen.
De Hoge Raad legt uit dat de werkgever niet volstaat met het ontzenuwen van het vermoeden, maar daadwerkelijk moet aantonen dat de benadeling op andere gronden plaatsvond. De Omgevingsdienst heeft dit overtuigend gedaan. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen; de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de Omgevingsdienst blijft in stand.