Uitspraak
[de werknemer]
Omgevingsdienst
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft het hoger beroep van een juridisch adviseur tegen de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst door de Omgevingsdienst IJsselland. De werknemer beriep zich op bescherming als klokkenluider vanwege meldingen over belangenverstrengeling en onregelmatigheden binnen de organisatie. De kantonrechter had de ontbinding toegewezen wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, waarbij de gedragingen van de werknemer los stonden van zijn klokkenluidersmelding.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de drie door de werknemer aangevoerde incidenten geen misstanden in de zin van de Wet bescherming klokkenluiders waren en dat er geen causaal verband bestond tussen de klokkenluidersmelding en de ontbinding of schorsing. Het hof oordeelde dat de schorsing niet als sanctie op de melding kon worden gezien, aangezien de Omgevingsdienst niet op de hoogte was van de melding ten tijde van de schorsing.
Het hof stelde vast dat de arbeidsverhouding onherstelbaar verstoord was, mede door het gedrag van de werknemer zelf, die diverse klachten en procedures startte en weigerde mee te werken aan mediation. De Omgevingsdienst had niet ernstig verwijtbaar gehandeld. Het hoger beroep van de werknemer werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de werknemer af en bevestigt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een ernstig verstoorde arbeidsverhouding.