ECLI:NL:HR:2025:1908
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 28 augustus 2025 op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd volgens Track&Trace bezorgd op het opgegeven adres.
Het griffierecht werd echter niet voldaan. Vervolgens plaatste de griffier op 29 september 2025 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de gelegenheid om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Van deze plaatsing werd ook een kennisgeving verzonden naar het opgegeven e-mailadres van belanghebbende. De Hoge Raad gaat ervan uit dat belanghebbende dit bericht op 29 september 2025 heeft ontvangen.
Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is uitgesproken op 12 december 2025 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.