ECLI:NL:HR:2025:1909
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 6 juni 2025. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 28 augustus 2025 op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken hiervoor.
Volgens Track&Trace van PostNL is deze brief afgeleverd op het opgegeven adres. Het griffierecht is echter niet betaald. Op 29 september 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende met de vraag waarom het griffierecht niet was voldaan. Tevens werd een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres verzonden. De Hoge Raad neemt aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen.
Belanghebbende heeft geen gebruikgemaakt van de gelegenheid om te reageren. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 12 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.