ECLI:NL:HR:2025:1911
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht werd niet betaald.
Op 11 november 2025 plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres, waarin belanghebbende werd gevraagd een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het beroep in cassatie daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.