Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor internationale dating- en investeringsfraude, waarbij medeplegen van oplichting en gewoontewitwassen werd verweten. Het gerechtshof Amsterdam had een gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, waarbij gijzeling van 365 dagen was bepaald bij niet-betaling.
De verdachte stelde in cassatie onder meer een bewijsuitsluiting wegens heimelijke inbeslagneming van een computer van een medeverdachte voor, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit verweer niet tot vernietiging van het hofarrest kon leiden. Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de duur van de gijzeling wettelijk maximaal één jaar (360 dagen) mag bedragen en dat het hof dit had overschreden.
Daarnaast werd de redelijke termijn overschreden, wat volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens een vermindering van de straf rechtvaardigt. De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover het de gijzeling en de duur van de gevangenisstraf betrof, stelde de gijzeling vast op 360 dagen en verminderde de gevangenisstraf tot vijf maanden en twee weken.
Het overige cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest grotendeels in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de gijzeling tot 360 dagen en de gevangenisstraf tot vijf maanden en twee weken.