Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 16 december 2025 uitspraak gedaan in een cassatieberoep tegen een beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroep is ingesteld door de betrokkene, die in deze zaak wordt beschuldigd van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt en handel in hennep. De advocaat R. Zilver heeft namens de betrokkene cassatiemiddelen ingediend, terwijl de advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het eerste cassatiemiddel beoordeeld, dat zich richtte tegen de afwijzing van het verzoek om een getuige te horen. Het hof had geoordeeld dat de verdediging het verzoek op de terechtzitting in hoger beroep niet had willen handhaven. De Hoge Raad oordeelde dat dit cassatiemiddel niet tot cassatie leidt, met verwijzing naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2025:1926) waarin de redenen voor deze beslissing zijn uiteengezet.
Daarnaast heeft de Hoge Raad de overige cassatiemiddelen beoordeeld en geconcludeerd dat deze ook niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft geen verdere motivering gegeven, omdat het niet nodig was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de ontwikkeling van het recht.
Ten slotte heeft de Hoge Raad ambtshalve de uitspraak van het hof beoordeeld en vastgesteld dat de redelijke termijn voor het cassatieberoep is overschreden. Dit heeft geleid tot een vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 3.245.101,26 naar € 3.240.100. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd, maar alleen wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting, en het beroep voor het overige verworpen.