Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte B.V. tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot grootschalige hennepteelt.
De verdediging voerde verweren aan tot niet-ontvankelijkverklaring en bewijsuitsluiting vanwege vernietiging van administratie, en stelde vragen over de bewijsbestemming. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat beantwoording van de rechtsvragen niet noodzakelijk is voor de rechtseenheid.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, waardoor de opgelegde geldboete van €30.000 ambtshalve werd verminderd naar €28.500. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest grotendeels in stand bleef.
Uitkomst: De geldboete wordt verminderd van €30.000 naar €28.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep wordt verder verworpen.