ECLI:NL:HR:2025:1940

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
23/03301
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 359a SvArt. 11a OpiumwetArt. 11.3 OpiumwetArt. 11.5 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in zaak medeplegen hennepteelt

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte B.V. tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot grootschalige hennepteelt.

De verdediging voerde verweren aan tot niet-ontvankelijkverklaring en bewijsuitsluiting vanwege vernietiging van administratie, en stelde vragen over de bewijsbestemming. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en dat beantwoording van de rechtsvragen niet noodzakelijk is voor de rechtseenheid.

Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, waardoor de opgelegde geldboete van €30.000 ambtshalve werd verminderd naar €28.500. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest grotendeels in stand bleef.

Uitkomst: De geldboete wordt verminderd van €30.000 naar €28.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep wordt verder verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03301
Datum16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2023, nummer 20-001231-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V. (thans [verdachte] B.V.),
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat T. Straten bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 30.000.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
- vermindert de geldboete in die zin dat deze € 28.500 bedraagt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 december 2025.