ECLI:NL:HR:2025:1951
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing van afzonderlijk griffierecht voor twee cassatieprocedures
Belanghebbende stelde dat vanwege samenhang tussen twee cassatieprocedures slechts eenmaal griffierecht verschuldigd zou zijn op grond van artikel 8:41, lid 3, Awb. De Hoge Raad oordeelde dat voor een beperking van griffierecht vereist is dat de zaken niet alleen inhoudelijk maar ook in tijd samenhangen en dat de beroepen door dezelfde belanghebbende met één beroepschrift zijn ingesteld.
Omdat aan deze vereisten niet was voldaan, zag de Hoge Raad geen aanleiding tot terugbetaling van griffierecht. Daarnaast beoordeelde de Hoge Raad de klachten over het hofuitspraak en kwam tot het oordeel dat het cassatieberoep niet kon slagen. Daarom werd het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht wordt niet terugbetaald.