ECLI:NL:HR:2025:1978
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan over het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025. Het beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard omdat Bartels Consultancy B.V. het verschuldigde griffierecht niet had betaald. De griffier van de Hoge Raad had Bartels op 5 september 2025 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief werd afgehaald, maar het griffierecht werd niet voldaan. Op 6 oktober 2025 kreeg Bartels opnieuw de kans om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar ook hierop werd geen gebruik gemaakt. Hierdoor kon de Hoge Raad niet anders dan het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren, conform artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om Bartels te veroordelen in de proceskosten, wat betekent dat elke partij zijn eigen kosten draagt. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum als de uitspraak.