ECLI:NL:HR:2025:1981
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan in het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025. Het beroep in cassatie was ingesteld tegen de nummers BK-ARN 23/2783 tot en met 23/2788. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was. De griffier van de Hoge Raad had Bartels Consultancy B.V. op 5 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor de betaling daarvan. Deze brief was afgehaald, maar het griffierecht is niet voldaan. Op 6 oktober 2025 heeft de griffier Bartels opnieuw in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar ook hierop heeft Bartels geen gebruik gemaakt. Gezien deze omstandigheden heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om Bartels te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen.