ECLI:NL:HR:2025:1983
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan op het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025. Het beroep in cassatie was ingesteld tegen de nummers BK-ARN 23/2965 en 23/2966. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was. De griffier van de Hoge Raad had Bartels op 5 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor de betaling daarvan. De gegevens van Track&Trace van PostNL toonden aan dat deze brief was afgehaald. Echter, Bartels heeft het griffierecht niet voldaan. Op 6 oktober 2025 heeft de griffier Bartels opnieuw de gelegenheid gegeven om te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald, maar Bartels heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt. Hierdoor heeft de Hoge Raad op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum.