ECLI:NL:HR:2025:1984
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep Bartels Consultancy B.V. niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. (hierna: Bartels) niet-ontvankelijk verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025, met de nummers BK-ARN 23/3063 en 23/3064. De Hoge Raad heeft vastgesteld dat Bartels niet heeft voldaan aan de verplichting om griffierecht te betalen. De griffier van de Hoge Raad had Bartels op 5 september 2025 per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgehaald, maar het griffierecht is niet betaald. Op 6 oktober 2025 heeft de griffier Bartels opnieuw de gelegenheid gegeven om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar Bartels heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt. Hierdoor heeft de Hoge Raad op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om Bartels te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in aanwezigheid van waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en is openbaar uitgesproken op de datum van de uitspraak.