ECLI:NL:HR:2025:1985
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet betalen griffierecht
In deze zaak heeft Bartels Consultancy B.V. (hierna: Bartels) beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juli 2025, nr. BK-ARN 24/740. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 19 december 2025, nummer 25/02650, de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie beoordeeld. De griffier van de Hoge Raad heeft Bartels op 5 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor de betaling daarvan. Deze brief is door Bartels afgehaald, maar het griffierecht is niet voldaan. Op 6 oktober 2025 heeft de griffier Bartels opnieuw in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar Bartels heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt. Hierdoor heeft de Hoge Raad op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om Bartels te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, en is openbaar uitgesproken op 19 december 2025.