ECLI:NL:HR:2025:1986

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
25/02651
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. wegens niet-betaling griffierecht

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan over het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroep in cassatie was ingesteld tegen de uitspraak van het hof van 8 juli 2025, waarin de nummers BK-ARN 24/1428 tot en met 24/1430 werden behandeld. De Hoge Raad heeft in deze procedure de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld.

De griffier van de Hoge Raad heeft Bartels Consultancy B.V. op 5 september 2025 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor deze betaling. De brief is volgens Track&Trace van PostNL afgehaald, maar het griffierecht is niet voldaan. Vervolgens heeft de griffier op 6 oktober 2025 Bartels opnieuw aangeschreven om te vragen waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief is afgehaald, maar Bartels heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren.

Op basis van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om Bartels te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak van de Hoge Raad bevestigt de noodzaak voor partijen om tijdig aan hun financiële verplichtingen te voldoen om ontvankelijkheid in cassatie te waarborgen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/02651
Datum19 december 2025
ARREST
op het door BARTELS CONSULTANCY B.V. ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025, nrs. BK-ARN 24/1428 tot en met 24/1430.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft Bartels Consultancy B.V. (hierna: Bartels) bij aangetekende brief van 5 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft Bartels bij aangetekende brief van 6 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Bartels heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.