ECLI:NL:HR:2025:1986
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan over het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroep in cassatie was ingesteld tegen de uitspraak van het hof van 8 juli 2025, waarin de nummers BK-ARN 24/1428 tot en met 24/1430 werden behandeld. De Hoge Raad heeft in deze procedure de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld.
De griffier van de Hoge Raad heeft Bartels Consultancy B.V. op 5 september 2025 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor deze betaling. De brief is volgens Track&Trace van PostNL afgehaald, maar het griffierecht is niet voldaan. Vervolgens heeft de griffier op 6 oktober 2025 Bartels opnieuw aangeschreven om te vragen waarom het griffierecht niet was betaald. Ook deze brief is afgehaald, maar Bartels heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren.
Op basis van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om Bartels te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak van de Hoge Raad bevestigt de noodzaak voor partijen om tijdig aan hun financiële verplichtingen te voldoen om ontvankelijkheid in cassatie te waarborgen.