ECLI:NL:HR:2025:1988
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan op het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025. Het beroep in cassatie werd niet-ontvankelijk verklaard omdat Bartels niet had voldaan aan de verschuldigdheid van griffierecht. De griffier van de Hoge Raad had Bartels op 5 september 2025 per aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief werd afgehaald, maar het griffierecht werd niet betaald. Op 6 oktober 2025 kreeg Bartels opnieuw de kans om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar ook hierop werd geen gebruik gemaakt. Gezien deze omstandigheden oordeelde de Hoge Raad dat het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad besloot verder geen proceskosten toe te wijzen, en het arrest werd openbaar uitgesproken door de vice-president en de raadsheren.