ECLI:NL:HR:2025:1990
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen uitspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 19 december 2025 uitspraak gedaan in het beroep in cassatie van Bartels Consultancy B.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2025. Het beroep in cassatie was ingesteld tegen de nrs. BKARN 24/1196 tot en met 24/1207. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep ontvankelijk was. De griffier van de Hoge Raad had Bartels Consultancy B.V. op 5 september 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor de betaling daarvan. Deze brief was afgehaald, maar het griffierecht is niet voldaan. Op 6 oktober 2025 heeft de griffier Bartels opnieuw in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet betalen van het griffierecht, maar Bartels heeft van deze gelegenheid geen gebruikgemaakt. Hierdoor heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om Bartels te veroordelen in de proceskosten. De beslissing van de Hoge Raad is dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk wordt verklaard.